"NIET LULLEN MAAR LOPEN" Miranda Boonstra

Gerard:
Het is behoorlijk schakelen om na 'De eenzaamheid van de langeafstandsloper' in dit boek te komen. Tonnie wil absoluut als 1e over de finishlijn komen en als het kan als 'vliegtuig.'
Eén van de eerste foto in dit 'plakboek' zet de sfeer van het boek mooi neer. Hij is gemaakt op het weiland in het dorp Zeeland (in Noord-Brabant tussen Veghel en Nijmegen). De foto laat de boerenfamilie zien waarop Tonnie als 5 jarige dreumes staat met vader, moeder, 2 broers en 4 zussen. Hij holt als 12 jarige samen met 2 oudere zussen één van zijn eerste veldcross-wedstrijden (1973). Met die zussen en zijn oudste broer is hij dan een jaar lid van de Atletiekvereniging de Keien in Uden en traint op de baan. Trainer Henk Tiebosch ziet dat het Tonnie steeds maar rondjes blijft lopen zonder veel pauze. Hij staat versteld als het mannetje vastbesloten zegt: ik train voor de 10 km! Hij helpt Tonnie met zijn eerste echte loopschema. Door omstandigheden onderbreekt Tonnie 4 jaar zijn hardlooptraining. Alsof hij uit alle narigheid enorme krachten put wint hij kort na het overlijden van zijn vader (zijn moeder is al in 1976 gestorven) als junior-A de Warandeloop en vanaf dat moment wordt zijn leven echt hardlopen. Zijn schema's zijn dan nog heerlijk simpel als opvolger op de boerderij van zijn vader: koeien melken, overig werk, weer melken, 's avonds fietsen naar de baan en 2 uur trainen. En om 10 uur onder de wol. Kort daarna wordt het vee en het land verkocht en Tonnie krijgt een gewone baan bij de Gemeentelijke Groendienst. Het boek brandt nu echt los en er volgt een lange reeks hardloopjaren met alle pieken en dalen, trainers, wedstrijden, selecties, tijden, anekdotes en schema's. In vogelvlucht worden in de laatste hoofdstukken ook zijn trainerschap met daarbij horende pupillen en zijn voedingsschema's belicht.
Het boek is een plakboek, een ratjetoe aan 'Tonnie-materiaal' . Het laat zich lezen als een ode aan Tonnie Dirks, die in een geheel eigen stijl de wereld heeft rondgerend (mede gesteund door de actieve supportersclub) en die 'nagenietend' vooral over lopen adviseert.
Het boek is zeker geschikt voor fanatieke en enthousiaste lopers die geen topatleten hoeven zijn om het boeiend te vinden. Ons clublid Aart Bakker, die in 1989 voor hem haasde in de Westlandmarathon vertelde me dat Tonnie hem redde toen na een wedstrijd zijn autosleutel door een medeloper naar huis was meegenomen. Tonnie zag meteen dat er iets mis wat met Aart. Hij leende hem direct zijn busje uit. Typisch Tonnie:'niet lullen maar doen'! Aart, wiens hazerij in het boek wordt beschreven, is ook nog natuurlijk met Tonnie in het boek te zien bij de NK-cross van 1986 in Amsterdam. (blz. 56 links achter loper 1524). Tonnie inspireerde toen dus ook al lopers op allerlei manieren. Toen ik het boek had uitgelezen liep ik in mijn loopgroep zaterdagmorgen een door Boudewijn uitgezet trialparcoursje en toeval of niet, ik liep heel hard, kwam als eerste aan bij de paddestoel en had de vliegmachinestunt van Tonnie kunnen doen!

Koos:
Dik Trom/Pietje Bel-achtige verhalen van een dekselse magere boerenzoon die voor niet-Brabanders onverstaanbaar sprak, op school gepest werd, maar steeds harder ging lopen. En die zich ontwikkelde tot een Olympisch deelnemer en later tot bevlogen trainer die nog steeds onverstaanbaar spreekt maar tot de dag van vandaag met zijn atleten wel talloze nationale titels behaalt. Een boek als een warm bad. Geschreven door een loopster uit zijn stal, Miranda Boonstra, en in eigen beheer uitgegeven. Door haar informatieve, onderhoudende verhaalstijl ontstijgt dit boek naar mijn smaak verre het gemiddelde gedenkboek. De illustraties zijn functioneel, de indeling is overzichtelijk en de vormgeving strak en rustig. Ik vraag me af waar zij die professionele aanpak vandaan heeft. Hulde!
Omdat ik in die tijd ook veel wedstrijden liep is de nostalgie evident, maar ook anderen zullen veel lol aan het boek (+ DVD, met veel historische beelden) beleven, al was het maar vanwege de trainingsprincipes die in de tweede helft ter sprake komen. Wat dat betreft brengt de titel je op een dwaalspoor.
Het enige wat ik miste was een analyse achteraf: wat had hij tijdens zijn loopbaan beter anders kunnen doen? Wat beschouwde hij zelf als zijn hoogtepunten? Tonnie zelf beperkt zich helaas alleen tot het nawoord. Dus zijn zielenroerselen komen niet aan bod. Zo zou ik wel eens willen weten hoe hij destijds de plotse dood van de talentvolle Stijn Jaspers heeft ervaren.
En T's vriendin komt ook nergens aan het woord, die zou toch iets meer over de 50 jarige renner als mens kunnen melden? Zelfs haar naam wordt niet genoemd, dus ik concludeer dat zijn relatie blijkbaar bewust onderbelicht is gebleven.
Tonnie heeft - iets wat ik zelf al weer was vergeten, maar het werd bevestigd door onze verenigingshistoricus Eliza de Neef - zowel in 1987 als in 1988 het NK 10 km op de baan in Amersfoort gelopen. Door AVT georganiseerd. In de bestuurskamer hangt nog een foto, kijk daar maar eens. Mag ik van de gelegenheid gebruik maken het AVT-bestuur de tip te geven dat kampioenschap weer aan te vragen als we 30 jaar bestaan?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten